Eerste ‘Apps for Ghent’ pleit voor open data (16/05/2011, De Standaard)

Pas wanneer overheden hun gegevens openstellen, wordt een stad helemaal 2.0. In Gent toonden tientallen ontwikkelaars dat je met al die data geweldige apps kan bouwen.

Je bent op citytrip in Gent, en je hebt elke hoek van het Gravensteen ondertussen wel gezien. Wat valt er dan nog te beleven in de Arteveldestad?

De Gentse smartphone-toepassing Wakankdoen toont de weg. De applicatie weet automatisch waar je bent en stelt op basis van enkele voorkeuren een nieuwe activiteit voor. Een optreden in de Vooruit? Je krijgt er onmiddellijk de Wikipedia-gegevens bij van de band die er speelt, en de wandelroute naar de concertzaal. Het systeem heeft zelfs een ingebouwd waarderingssysteem, op z’n Gents. Vind je een voorstel maar niets, dan klik je ‘nieje’. Als de suggestie je helemaal ligt, dan kies je voor ‘wijs’.

1 dag

Het is bijna niet te geloven, maar de applicatie werd in één luttele middag in elkaar gebokst. Het team erachter, Sumocoders, werd hiermee een van de winnaars van de allereerste editie van ‘Apps for Ghent’. Dat is een bijeenkomst van computerwizards die aan de slag gaan met overheidsgegevens. Die gegevens, in dit geval uit de databanken van Stad Gent, Cultuurweb en De Lijn, zijn cruciaal. Zonder de gegevens viel er helemaal geen Wakankdoen te maken. En dat is meestal het probleem in ons land.

Want in België zijn data meestal helemaal niet open, maakten de initiatiefnemers duidelijk aan de tientallen ontwikkelaars die waren opgedaagd. Hier staan overheden meestal niet te springen om hun computergegevens zomaar open te stellen voor derden. Het schoolvoorbeeld, en de gebeten hond voor zowat alle aanwezigen, is de NMBS. Die stuurde in juni vorig jaar een aangetekend schrijven naar de ontwikkelaar Yeri Tiete. Of hij zijn programmaatje iRail onmiddellijk van het internet wilde halen, anders mocht hij het voor de rechter komen uitleggen. Met iRail konden smartphonegebruikers de NMBS-treinregeling raadplegen op hun mobiele toestel. De toepassing gebruikte daarvoor gegevens van de NMBS-website, en dat was volgens de spoorwegen streng verboden. Na veel protest en steunbetuigingen voor de ontwikkelaar – ook van minister van Economie Van Quickenborne – trok de NMBS haar dreigement weer in.

De episode toonde aan dat heel wat overheidsinstanties weigerachtig zijn om de gegevens – hún gegevens – aan anderen toe te vertrouwen. Van open data, zoals het concept heet, is er in ons land nog amper sprake. ‘Op dat vlak staan we in Vlaanderen nog achter’, legt onderzoeker Erik Mannens van het Interdisciplinair Instituut voor Breedbandtechnologie (IBBT) uit. ‘In Amerika gaf president Obama zijn administraties 100 dagen om al hun gegevens open te stellen voor ontwikkelaars’, zegt hij. Daardoor worden gegevens, die toch door de overheidsdiensten worden vergaard, veel nuttiger aangewend. Ze worden vaker gebruikt voor verschillende toepassingen. Vandaag dienen ze meestal maar één doel: de interne werking.

Volgens Mannens zou het fantastisch zijn als er in Vlaanderen een initiatief van hogerhand kwam, zoals in de VS. Want nu moet elke overheidsdienst nog apart worden overtuigd van de goede zaak. In afwachting daarvan probeerden de zowat zestig aanwezige computerkunstenaars te tonen wat er zoal kan. In de hoop dat de overheid luistert.

Ready, set, code

Na de uiteenzettingen konden de ontwikkelaars aan de slag. In een tiental groepjes van een drietal personen bedachten ze hoe ze de beschikbare gegevens konden omtoveren tot een aantrekkelijke applicatie of ‘app’. En de data die ze in handen kregen, waren niet van de minste.

‘Wij voeren een andere politiek dan de NMBS’, lacht Bart Nelis, de onlinemanager van De Lijn, terwijl hij zijn lekkers aan de programmeurs voorstelde. Want De Lijn deed in Gent exact datgene waar de NMBS destijds zo van gruwde: ze liet de ontwikkelaars aan de slag gaan met haar gegevens over haltes, buslijnen en doorkomsttijden. Ze mochten er de programmaatjes fabriceren die ze wilden. En ze mochten er achteraf zelfs geld voor vragen.

Hoe moedig De Lijn ook is, de ontwikkelaars moeten wel eerst een licentieprocedure doorlopen alvorens ze de gegevens mogen gebruiken.

‘We blijven toch een beetje bezorgd’, zegt Nelis. ‘Wat gaat er met onze gegevens gebeuren? Want als er iets misloopt, dan komen de klachten wel bij De Lijn terecht.’

Naast de gegevens van De Lijn kregen de programmeurs ook stedenbouwkundige data van de stad Gent, en data uit de evenementendatabank van Cultuurweb. Na intense brainstormsessies tijdens de lunch vlogen de programmeurs erin. Ze doken achter hun laptops – sommigen helemaal behangen met stickers – om enkele uren later al een applicatie uit hun virtuele hoed te toveren. En zoals dat vaak gaat in IT-kringen: het waren zowat allemaal mannen. Na enkele uren van bloed, zweet en codes waren zowat dertien toepassingen ontwikkeld.

‘We zijn blij dat de eerste editie in Gent plaatsvindt’, zegt Bart Rousseau ondertussen, die de stad vertegenwoordigt. Maar komen er naast leuke dingen als Wakankdoen ook echte revolutionaire dingen uit al die open data? ‘Ik moet toegeven dat dé killer app nog niet is gemaakt’.

Mannens van zijn kant heeft wel al een idee. Zo denkt hij aan een applicatie die mensen helpt een nieuwe woonplaats te zoeken. Een toepassing die hun informatie geeft over de woning én de buurt: de nabije scholen, het openbaar vervoer, winkels, milieu-informatie en zelfs kadasterinfo, zodat ze al weten welke grootteorde van belastingen een woning met zich meebrengt.

Toch was zo’n sprong voorwaarts nog niet te vinden op Apps for Ghent. Net als Wakankdoen pakte de tweede winnaar pakte het een stuk bescheidener aan. De app TwinSeats bevocht vooral de eenzaamheid. Met de app kan een bezoeker van een cultureel evenement op zoek gaan naar gezelschap. Vink aan naar welke voorstelling je gaat, en Twin Seats zoekt iemand die je wil vergezellen. Zo hoeft de Gentenaar niet meer alleen naar die ene theatervoorstelling te trekken.

Noodzaak

Ook al waren de applicaties niet wereldschokkend, ze toonden wel aan dat één middag programmeren met wat overheidsgegevens al leuke applicaties oplevert. De initiatiefnemers hopen dat het de overheidsdiensten stimuleert om mee te gaan in het verhaal. Het is zelfs een kwestie van moeten, willen ze relevant blijven. Want het sociale internet zet heel wat druk op de ketel. Internetgebruikers plaatsen immers massaal zelf data op het web, een fenomeen dat crowdsourcing heet.

‘Hoe deelt een gemeente de afvalkalender mee aan de burger? Op papier’, zegt Marc Portier van het softwarebedrijf Outerthought. ‘Maar steeds vaker heb je burgers die de gegevens overtikken en op het internet zetten.’ Een overheid die afkerig staat van al die nieuwe evoluties, is gedoemd om compleet irrelevant te worden, vindt hij. ‘De VDAB moet intussen weglopen uit schrik als hij ziet wat voor een verschuiving er gaande is. Want wie kent de arbeidsmarkt intussen het best? De VDAB of LinkedIn?’

De ontwikkelaars hebben in elk geval een sterke pleitbezorger gevonden in de Europese Commissie. Die schat de waarde van open data op 27 miljard euro, doordat ze innovatie stimuleren. ‘Er kunnen diensten mee worden ontwikkeld die anders te duur of technisch niet realiseerbaar zijn’, zeggen de organisatoren in Gent. ‘En het biedt inzichten voor bestuur, planning en wetenschap, tools voor alternatieve besluitvorming en nieuwe perspectieven voor burgers en organisaties.’

Privacy

Allemaal goed en wel, maar wat met privacy? In de databanken ligt immers een schat van persoonlijke informatie van de burger opgeslagen. Dat is geen punt, vindt Mannens. ‘Alle data kunnen anoniem worden gemaakt’, zegt hij, en hij verwijst naar de Vlaamse overheid, die met een autootje met camera’s erop videobeelden heeft gemaakt van zowat alle straten in Vlaanderen. Net hetzelfde als wat Google doet met het beruchte Streetview. ‘Ze hebben die videobeelden gemaakt om te weten waar de verkeersborden staan.’ Om privacyredenen is het erg onwaarschijnlijk dat de beelden ooit worden opengesteld voor ontwikkelaars van apps. ‘Nochtans kun je perfect alle nummerplaten en gezichten blurry maken’, stelt Mannens. Koppel die videobeelden aan de verhuis-applicatie waar hij het eerder over had, en je hebt een erg veelzijdige toepassing.

Maar dat is toekomstmuziek. Tot het zo ver is, moeten we het stellen met Wakankdoen en TwinSeats. Die apps worden binnenkort beschikbaar gesteld op een speciale portaalsite van de stad Gent. De eerste van een lange reeks, hopen de ontwikkelaars.
Karsten Lemmens

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Digitaal. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s