Standpunt Frank Beke: naar een Europees sociaal vangnet (De Redactie 02/02/2011)

Tot voor kort beheersten asiel en migratie weer alle media. Telkens het debat wordt gevoerd munt het uit in eenzijdigheid en bijziendheid: we lijken het er roerend over eens dat ons “bootje” ondertussen overvol zit, en we gooien het “zootje” dat hier een plaats zoekt gemakshalve op één hoop, gelukszoekers die vooral azen op onze rijkdom.

Cruciale verschillen
Hoewel het in alle gevallen om mensen gaat, zijn er cruciale juridische verschillen. Asielzoekers doorlopen een screening aan de poort. Geklasseerd als vluchteling, genieten ze bescherming door de Conventie van Genève, en dus van onze gastvrijheid. Bestempeld (letterlijk) als gelukszoeker vliegen ze eruit, al dan niet gedwongen naar het land van herkomst. In afwachting van hun erkenning als vluchteling, of van hun terugkeer, worden ze belaagd in hun essentiële menselijke noden: warmte, voeding, hygiëne. Om nog te zwijgen van hun waardigheid. Als wij – een van de meest welvarende regio’s – daar geen middelen voor vrijmaken, rest ons enkel het opzeggen van onze beschavingscontracten.

De groep van de EU-burgers
Ik wil het hier echter hebben over de tweede grote groep migranten, de EU -burgers die naar een andere – doorgaans rijkere – lidstaat migreren. Ter illustratie, de eerste helft van 2010 ontvingen meer dan 1.200 nieuwe EU-burgers (uit Slowakije, Tsjechië, Bulgarije etc.) in Gent een leefloon of levensminimum. Dat is meer dan één op de zeven steuntrekkers. Deze mensen zijn op de vlucht voor een structurele discriminatie, op zoek naar werk, of worden aangetrokken door ons sociaal opvangnet. Laat hier echter geen twijfel over bestaan: als EU-burgers beschikken ze over het volle recht om hier te verblijven. Of dat meteen ook een toegang tot al onze sociale systemen betekent, staat momenteel scherp ter discussie.

Extreme humaniataire noden
Laat ons duidelijk zijn, de opstoot van migratie uit de recente EU -landen wortelt in extreme humanitaire noden. Mensen verlaten hun thuisland niet uit comfort of overvloed. Hun uittocht lijkt geketend aan mensenhandel en dropt hen in nieuwe ellende, vochtige krochten, mensonterend werk en alle ellende die we ons herinneren uit Matroesjka’s. Ook hier speelt onze humane plicht, en onze OCMW’s werken er dagelijks als afgejakkerde werkezels aan om deze dijkbreuk aan hoge nood te stelpen.

Ik observeer met stijgende onrust dat de OCMW’s en vele andere zorg- en hulpverstrekkers het water aan de lippen staat. Hun limieten zijn bereikt. Maar moeten we daarom de toegangsdrempels tot onze bijstand nog meer verhogen? En rest ons niets anders dan het bouwen van ondoordringbare wanden om steeds meer gerechtvaardige verzoeken af te weren? Mijn humane en socialistische waarden steigeren. Dat kan niet, en, vooral, dat mag niet.

Het falen van bepaalde lidstaten
Een belangrijk deel van de migratiestromen illustreert pijnlijk het falen van bepaalde lidstaten. Een aantal van hun burgers (over)leeft in verschrikkelijke condities. Sommigen ondergaan structurele discriminatie en racisme. Sociale vangnetten ontbreken, met de voorspelbare consequenties. Deze mensen gebruiken hun recht op vrij verkeer en zoeken comfort in die landen met een beter uitgebouwde sociale opvang.

En net als bij elk ander dreigend bankroet kijken we als verlamd naar de EU: “we kunnen het niet oplossen zonder Europa”. En dat klopt, daarover geen twijfels. Maar waar blijft onze immer grotere regelneef? De EU schittert door afwezigheid, of toch minstens door waanzinnige traagheid, en dat terwijl onze plaatselijke welzijnsvoorzieningen kreunen onder de overlast en duizenden mensen mensonwaardig ronddwalen. Zelden klinkt de schreeuw om een supranationale oplossing zo krachtig; zelden bleef Europa zo pertinent inert.

De Unie faalt twee keer
Europa faalt dubbel. Waar het gaat over de behandeling van zwakke burgers stelt de EU nauwelijks eisen aan de nieuwe leden. Daardoor worden de sociale systemen van de rijkere landen zwaar belaagd en wordt het democratisch draagvlak voor een performante welvaartsstaat ondergraven. Deze stroming wreekt zich niet alleen op de nieuwkomers maar raakt ook de “autochtone” groep mensen in armoede. Zoals steeds betalen de minst bevoorrechten het gelag. Daarnaast laat de EU de lidstaten een vrije hand, wat niet zelden leidt naar een knoeiboel.

De toestand is uiterst precair, en als ultieme verdedigers van de welvaartsstaat staan socialisten doorheen Europa voor een immense uitdaging: we moeten onze hang naar solidariteit verzoenen met een responsabiliserend Europees sociaal beleid. Maar het ontbreken van dit laatste toont toch vooral, meer nog dan de bankencrisis, het failliet van het liberale Europa: de voorbije decennia onderging de EU de hegemonie van een ongebreideld vrijemarktideologie. De roep om een even sterke sociale invulling klonk zwak en bleef onbegrepen. De resultaten worden nu angstwekkend zichtbaar. De hoogste tijd om het sociaal Europa dringend inhoud en vorm te geven. Daarin passen zowel een duidelijke sociale regelgeving als straffe richtlijnen die de lidstaten verplichten om maximaal hun verantwoordelijkheid voor hun zwakste burgers op te nemen. Enkel deze aanpak zal ons systeem van verzorgingsstaat redden.

Het gevolg van een jarenlang liberaal beleid
Het toetreden tot de EU betekent immers niet alleen genieten van de lusten, maar zich ook inschrijven in een sociaal en humaan beleidskader. Momenteel bevat de afrekening enkel economische parameters, met het bekende gevolg dat zich op korte termijn een kleine maar rijke elite ontwikkelt, en dit op de kap van steeds meer armen. Dit is een ronduit pervers gevolg van een jarenlang liberaal gedomineerd Europa. Ik zou er dan ook voor pleiten dat alle leden van de EU verplicht worden om op korte termijn een sluitend en adequaat bijstandsysteem uit te werken, dat expliciet gericht is op de hulp aan, maar ook de emancipatie van, de zwakste burgers.

Naar een volwaardige Europese bijstand
Zo denk ik bijvoorbeeld – als aanzet naar een volwaardige Europese bijstand – aan een regeling waarbij iedere Europeaan waar ook in Europa beschermd wordt door de bijstandsregeling van zijn land van herkomst (tenzij die hoger is dan de regeling van het gastland), en waarbij de factuur naderhand via een Europees vereffeningsfonds ten laste van het land van herkomst wordt gelegd. Op die manier zou migratie omwille van de bijstand dubbel getemperd worden: enerzijds is het incentief van het individu beperkt, en anderzijds zullen de lidstaten, zeker als Europa voor dergelijke ‘bijstandmigratie’ het herkomstland een sanctie oplegt, een toenemende druk ervaren om hun bijstandsregeling versneld uit te bouwen.

De introductie van een dergelijk systeem zal geld kosten, daarover geen twijfel en ook geen naïviteit. Enkel door een stevige kapitaalsinjectie vanwege de rijkere lidstaten maakt dit soort voorstellen een kans op slagen. Maar het is mijn stellige hypothese dat er op termijn geen andere keuze is. Willen we onze welvaartsstaat operationeel houden, dan vragen het asiel- en migratieprobleem dit soort oplossingen.

Frank Beke

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s